Geen woorden maar daden?


: 09-09-2011 12:00 uur

Toen Barack Obama tijdens de Democratic Primaries van 2008 van zijn rivaal Hillary Clinton het verwijt kreeg alleen inspirerende woorden maar geen daden te bieden, had hij een inspirerend antwoord klaar:

“Don’t tell me that words don’t matter. ‘I have a dream.’ Just words. ‘We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal.’ Just words. ‘We have nothing to fear but fear itself.’ Just words. Just speeches. It’s true that speeches don’t solve all problems, but what is also true is that if we can’t inspire the country to believe again, then it doesn’t matter how many plans and policies we have.”

Nu komt het moment om te bewijzen dat zijn inspirerende woorden niet alleen dat zijn, just words.

Speech illusion
Hoe passend. Elk schandaal, elke tegenslag, elke uitdaging pakt Obama aan door een grote speech te geven die miljoenen mensen integraal bekeken en commentatoren alom prezen. Maar die tijden lijken voorbij te zijn. De speeches van de president Obama lijken minder impact te hebben dan ooit. Daarmee lijkt hij het lot te ondergaan van veel van zijn retorisch begaafde voorgangers. Naarmate kiezers meer in aanraking komen met een begaafde spreker, neemt hun gevoeligheid ervoor af. Gisternacht gaf de president weer een grote speech. Live op prime time tv presenteerde hij zijn nieuwe banenplan. Het past in de inmiddels klassieke strategie van Obama. Hij pakt een probleem, schrijft een inspirerende speech, spreekt de verlossende woorden uit vanaf de autocue en iedereen doet wat hij zegt. Tenminste, dat hoopt hij. De “speech illusion”, zo noemt de invloedrijke linkse columnist van de New York Times Maureen Dowd de strategie.

Maar de impact van de toespraken lijkt af te nemen. Dat kun je ondermeer opmaken uit de dalende kijkcijfers. De speech waarin Obama de dood van Bin Laden aankondigde werd bekeken door een record aantal van 56,5 miljoen Amerikanen. Een heel groot aantal, zeker als je bedenkt dat de speech rond middernacht werd gegeven. De twee meest recente speeches die hij gaf op prime time tv (over Afghanistan en Libië) behoren tot zijn slechtst bekeken toespraken met slechts zo’n 25 miljoen kijkers. De vraag is dan ook hoe zinvol het is om zijn presidentschap wederom te willen redden met een grote speech. De Amerikaanse bevolking wil actie en resultaten zien, geen poëtische woorden horen. Ze willen daadkracht en vastberadenheid van een president die dat tot nu toe verborgen heeft gehouden achter retorisch fraai geformuleerde teksten.

Contrast
Het contrast met vroeger is groot. In de campagne van 2008 werden de speeches van Obama vaak met succes ingezet als troef. Toen hij de voorverkiezingen van New Hampshire tegen alle verwachtingen (en peilingen) in verloor van Hillary Clinton, sprak hij zijn gedesillusioneerde supporters toe. Al hun vrije tijd hadden ze gegeven aan de campagne om bij twijfelende kiezers langs de deuren te gaan. Allemaal voor niks, zo leek het. Maar in een speech van 16 minuten toverde hij een teleurgesteld publiek om tot een groep mensen die met hernieuwde energie aan de slag wilde gaan voor de campagne. Zijn magische woorden? “Yes, we can!” Hier komt de spreuk vandaan waar Obama zo nauw mee wordt geassocieerd.

Toch mag het niet als een verrassing komen dat Obama met zijn inspirerende speeches minder bereikt. Zoals alles in het leven went het. De dertigste speech van Obama die je hoort is minder indrukwekkend dan dat eerste magische moment waarop je hem hoorde spreken. Des te meer omdat adviseurs de neiging hebben succesvolle middelen te vaak te gebruiken, wat overexposure in de hand werkt. Daarnaast wekt een goede speech verwachtingen die niemand ooit kan waarmaken. Niet eens door wat er wordt gezegd, maar vooral door hoe het wordt gezegd. Charisma wordt wel gedefinieerd als het toekennen van bovenmenselijke eigenschappen aan een persoon. Onmogelijk dus. Een inspirerende spreker zal uiteindelijk altijd tegenvallen. Daarom zie je dat in de politiek een uitzonderlijke spreker bijna altijd wordt opgevolgd in zijn ambt door een minder begaafde spreker. En niet zomaar een mindere spreker maar een buitengewoon matige spreker. Na Ronald Reagan kwam George Bush. Na Bill Clinton kwam George W. Bush. En na Tony Blair kwam Gordon Brown.

Nadeel
Toch kan het nog erger. Inspirerende speeches kunnen niet alleen hun effect verliezen maar ook een uitgesproken nadeel worden voor een politicus. Wanneer een persoon lange tijd aan de macht is, zijn er schandalen en affaires die zijn imago aantasten. Op zulke momenten grijpen adviseurs altijd terug naar een middel dat werkte in het verleden: de speech in dit geval. Daarmee gaan kiezers onbewust de retorische kwaliteiten van de spreker associëren met de schandalen en daarmee gepaard gaande spin en cover-up. Het is het lot van Tony Blair en Bill Clinton. Zij stegen in aanzien door hun retorische kwaliteiten maar uiteindelijk brak het hen beide op toen hun regeringen door schandalen werden geteisterd. Op het eind diende elk retorisch fraai geformuleerde zin in de ogen van hun kiezers als verder bewijs dat wat ze zeiden, een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid was.

Vooralsnog blijft Obama dat lot bespaard, zijn regering kent betrekkelijk weinig schandalen tot nu toe. De vraag is wel wat het effect gaat zijn van de speech gisteravond. En als het bij “just words” blijft heeft hij een groot probleem bij de verkiezingen volgend jaar. Een probleem dat hij niet meer kan oplossen met nog meer mooie worden.

Victor Vlam is Amerika-deskundige, debatanalist en heeft in 2008 campagne gevoerd voor Barack Obama.

Over de auteur:

Victor Vlam Victor Vlam (1984, Eindhoven) is Amerika-kenner, debatexpert en Apple-liefhebber. Victor is opgegroeid in Amerika en voerde in 2008 campagne voor zowel Barack Obama als John McCain. In het verleden werkte hij voor Debatrix, waar hij ondermeer landelijke politici trainde in debatvaardigheden. Daarnaast is Victor regelmatig in de media te zien om politieke speeches en debatten te analyseren (nrc.next, BNR Nieuwsradio, EenVandaag). Victor is voorzitter van de Nederlandse Debatbond.

2 Reacties :

  1. Interessante analyse, Victor. Een opvallend verschil tussen genoemde voorbeelden van Clinton en Reagan lijkt me dat Obama – tot dusver – nog niet echt door schandalen besmet is geraakt. Zijn probleem is inderdaad een gebrek aan daadkracht, of in ieder geval het beeld daarvan, wat hij nota bene zelf mogelijk heeft gemaakt. Obama is toch die zwaardvechter met één hand op de rug, de man die zichzelf hogere gedragsnormen oplegt dan de gemiddelde president, een man die niet bereid is om het politieke spel wat smeriger te spelen. En dat maakt het probleem van Obama dubbel lastig. Want het verwijt van ‘politics as usual’ kan Obama ook absoluut niet gebruiken.

  2. Victor Vlam:

    Klopt, Eric. Hoewel schandalen er nog niet zijn, zullen ze ongetwijfeld komen. Elk jaar dat een politicus aan de macht is, neemt de kans op een earth-shattering schandaal exponentieel toe.

Reacties zijn inmiddels gesloten