Is het al tijd voor een online versie van De Tegel?


  • <
: 18-04-2012 14:00 uur

Eergisteren werden de jaarlijkse prijzen voor de journalistiek, De Tegel, uitgereikt. Zoals gewoonlijk was het weer een gala voor en door mensen die graag zichzelf van harte feliciteren met hun enorm relevante bijdrage aan de samenleving, getuige ook de zin “wij journalisten leiden de bagger op social media in goede banen”. Niks nieuws dus. Gelauwerd oorlogsverslaggever Arnold Karskens liet daar luidkeels weten dat Tegel-winnares Nathalie Righton plagiaat had gepleegd en dat zij haar artikel van hem had gejat. En, oh horror, de moeder van Nathalie Righton was geschokt! Of de beschuldiging van plagiaat klopt is weet ik niet, wat ik wel weet is dat Karskens wel vaker luidkeels iets liet weten om vervolgens door iedereen te worden weggehoond, inclusief de politiek die wel de expertise van Karskens wilde maar liever niet wilde horen dat Afghanistan gewoon een hellekring is vol leed en bloederige aanslagen aangezien het een oorlogsgebied is (waarop de militaire-missie gewoon door mocht gaan aangezien er toch niemand bezwaren had, laat staan dat het er onveilig zou zijn). Mocht iemand mij dus vragen bij wie mijn sympathie meer ligt, bij Karskens of Righton, dan is het antwoord Karskens.

Maar genoeg daarover. Een festijn als de tegel-uitreiking laat men het beste links liggen. Alhoewel dat dus erg lastig is gezien de jaarlijkse totaalergernis die zich van steeds meer mensen meester maakt als ze alleen al naar een stoeptegel kijken.

Huffington Post
Echt interessant aan de Tegel-uitreiking is het feit dat er geen online journalistiek (meer) wordt beloond. Nu is dat met een conservatieve en oud mediale organisatie die vooral bestaat uit mensen afkomstig van de dagbladen- en publieke omroep-sector niet zo heel verwonderlijk, maar toch. Je zou denken dat in 2012 ook het béétje Nederlandse journalistiek dat online wordt gezet op z’n minst wat aandacht krijgt bij journalistieke prijsuitreikingen. In de V.S. doen ze dat al jaren met de Pulitzerprijs (overigens een prijs die net zo prestigieus en waardevol is als onze Nederlandse WC-eend award), en al jaren worden daar de juiste online media eerlijk beloond voor hun goede werk. Voorgaande jaren was het de interessante en belangrijke onderzoeksjournalistieke site (of beter gezegd: platform) Propublica die een Pulitzer won, dit jaar was het (je zou bijna zeggen: uiteraard) The Huffington Post die met de eer mocht strijken. Ook de journalistieke organisatie Politico, die crossmediaal werkt, viel in de prijzen. Niet geheel ten onrechte. Wie nu nog niet weet waarom dat zo terecht is, heeft eigenlijk niks online te zoeken of kan beter een editorial of fictieboek geen schrijven.

In Nederland is men kennelijk nog lang niet zo ver. Niet omdat er niks journalistiek interessants online wordt gepubliceerd, ik zal het borstkloppen achterwege laten en wijzen op bijvoorbeeld de inzet van een site als Sargasso.nl als het gaat om het doorontwikkelen van datajournalistiek, maar omdat het niemand ook maar een fuck interesseert wat er online gebeurt. Het is nog altijd zo dat wie in journalistiek Nederland mee wil tellen ten minste ook op papier moet publiceren (of op radio en tv). Je kunt 1000 goede interviews online zetten (goed voorbeeld: het interview dat Joost Niemöller had met Theodore Holman op Dagelijksestandaard.nl), pas als deze interviews ooit zijn gepubliceerd in bijvoorbeeld een margeblaadje als de Groene Amsterdammer en gebundeld in een boek dat alleen door de Groene Amsterdammer-doelgroep (Amsterdamse grachtengordel) wordt gelezen is het ineens wél een prijs waard. Je kunt ook journalistieke scoop na scoop scoren en online zetten, het is pas echt als het ook op papier wordt afgedrukt. Althans, als het aan de Tegel-organisatie ligt. De laatste jaren richten ook de serieuze media zich steeds meer op wat er online gebeurt en winnen online publicaties steeds meer aan invloed.

Stoeptegel
De vraag die zich nu aandient is de volgende: wordt het tijd voor een nieuwe journalistieke prijs voor online journalistiek? Of moet online vooral dat blijven: afzijdig van de main stream media, alternatief en wars van prijzen. Ik hoor het graag. En mocht iemand het er over eens zijn dat Nederland wel een een Pulitzer voor online journalistiek kan gebruiken dan lees ik graag de eerste nominaties. Nu alvast beloofd: de prijs wordt geen stoeptegel.

Over de auteur:

Bert Brussen ThePostOnline-CEO: Bert Brussen (1975, Veluwe) schrijft sinds hij het alfabet leerde. Pecunia non olet. Is gek op geld & ironie. Tevens mensenmens, zonnetje in huis, gangmaker op feestjes. Persoonlijk motto: 'Het leven een hel'.

6 Reacties :

  1. Prijzen zijn voor verliezers met één uitzondering: publieksprijzen.

    Laat de burger het maar zeggen, prijzen uitgereikt door de doelgroep zijn per definitie WC-Eend.

  2. Krachtmeester:

    Sowieso moet de gehele online journalistiek nu al een oeuvreprijs krijgen voor haar slimme samenwerking met burgerjournalisten en haar totaalverandering van journalism as we knew it. Da’s één.
    Ten tweede zou een echte jaarlijkse prijs “door professionals voor professionals” volkomen van de WC-pot gerukt zijn – wat Bas zegt dus.
    Als er al zonodig een jaarlijks schouderklopritueeltje moet plaatsvinden, dan zou dat in mijn ogen 100% online moeten gebeuren. Dan kan Amsterdam zich tenminste niet opdringen als navel van de wereld.

  3. Klaplong:

    @ Bas

    Ik begrijp de formulering niet helemaal, Bas! Je vindt dat uitsluitend publieksprijzen de moeite waard zijn of enige waarde hebben?

    Ik ben het wel eens met Bert Brussen dat het op zijn minst een opvallend gegeven is dat er geen online media in de prijzen vallen. Het idee dat ik zelf heb is eigenlijk dat Nederland per definitie telkens te klein blijkt. Te klein om bijvoorbeeld op het gebied van toneel andere koek op te dissen dan de Amsterdamse school. Te klein om voorbij te gaan aan lullig vriendjesgebeuren bij de uitreiking van prijsjes. Te klein voor werkelijk verschil van opvatting en kleur tussen politieke faculteiten en, tot slot, te klein voor meerdere grote kranten of andere media van sterke kwaliteit met een verschillende politieke kleur..

    Te klein dus..

  4. Qua toneel ligt dat vooral aan een cultuur. Die is eenzijdig, naar binnen gericht en per definitie erg links. Zolang mensen als Thieu Boermans en Ruut Weissman en andere in de jaren vijftig geboren boven ons gestelden na een kleine 1700 jaar nog steeds onbekommerd de scepter mogen zwaaien over school en theater zal er niets veranderen. Er zal dan geen andere koek worden opgedist dan de tragische voorspelbare zogenaamd intrinsiek waardevolle podiumkunst die men nu in de gemiddelde maag probeert te splitsen. Gewoon alles wat je maakt “dapper” en “relevant” noemen en je kunt gewoon eeuwen verder met jezelf feliciteren.

    Wat dat betreft is het volkomen vergelijkbaar met De Tegel. Het gaat nog steeds om achterhaalde gedachten, versleten dogma’s, retoriek uit de jaren zeventig en ander verheffend gelul waar een steeds groter gedeelte van het land niet op zit te wachten. Maar ja, zolang mensen werkelijk vinden dat ze de enige echte waarheid in pacht hebben, zullen ze de macht over die waarheid nooit uit handen geven.

    Ik weet niet of Nederland daarvoor te klein is. Nederland was ook niet te klein om negen zetels aan Wilders in de Kamer te stemmen of commerciële televisie mogelijk te maken.

  5. Doelgroep = beroepsgroep.

    My bad.

  6. Mijn eerste ingeving is diezelfde als van Bas.

    Maar verder er over nadenkend hoeft dat niet persé te zijn. Wanneer de beroepsgroep gevarieerd is zou zo’n verkiezing best wel waarde hebben. Het “probleem” dat hier lijkt te zijn is dat de journalistiek an sich een niet zo’n gevarieerde groep is. Dan krijg je inderdaad een hoog wc eend gehalte. Wanneer je beroepsgroep gevarieerder is en dus niet alleen uit een zelfbenoemde elite bestaat is er de kans dat dit soort prijzen in waarde stijgen.

    Tot die tijd lijkt het verstandig om zelf een prijs op te zetten. Misschien dat die dan ooit weer samen kunnen gaan, zoals de oude en nieuwe media elkaar ook al jarenlang dwarsbomen, maar uiteindelijk ook naar elkaar toegeven vaak niet zonder elkaar te kunnen.

Reacties zijn inmiddels gesloten