Reactie op Van Liempt-gate (2): ‘Van Liempt vergeet vaker bronnen te vermelden’


: 30-04-2012 13:00 uur

Met stijgende verbazing volg ik het verweer van dr. Ad van Liempt op de beschuldigingen van jatwerk, hogeschooljatwerk om in stijl te blijven, door Henk van Dorp in de column van Theodor Holman van 24 april. Van Liempt is niet alleen journalist maar heeft ook een eredoctoraat gekregen van de Universiteit van Amsterdam, de universiteit waar ik bijna dertig jaar als docent heb gewerkt en waar ik nog steeds als gastonderzoeker aan verbonden ben.

Als je zo’n doctoraat aanvaardt, dan ben je, neem ik aan, bereid je aan de zeden en gewoonten van een wetenschappelijk onderzoeker te houden. Bronvermelding, dr. Van Liempt, staat daarbij hoog in het vaandel. En niet alleen bronvermelding, het is ook usance om als je ergens een voordracht of rede houdt, daar een eigen, oorspronkelijke draai aan te geven en je niet voor het overgrote deel op andermans werk te baseren. In je verweer schrijf je je te beroepen op een inleidend artikel uit het boek Sport in de oorlog dat je in 2010 met Marnix Koolhaas schreef. Voor dat artikel hebben jullie gebruik gemaakt van een serie radioprogramma`s uit 1987 die voor een groot deel zijn opgezet volgens de lijnen van de bijlage van Vrij Nederland ‘Voetbal in de Oorlog’ door Frits Barend en Henk van Dorp uit 1979. Als jullie dat radio-onderzoek vervolgens weer gebruiken voor een artikel in het door jouw aangehaalde boek Sport in de oorlog, dan ontslaat dat jullie nog steeds niet van de plicht de oorspronkelijke bron weer te noemen.

Pijnlijk
In je rede voor het publiek van Westerbork sprak je met ironie over de enige `verzetsdaad` waarop je ir. Ad van Emmenes had kunnen betrappen. Dit nu, dr. Van Liempt, is zo’n beetje de enige vernieuwing waarop ik jou kan betrappen ten opzichte van de VN-bijlage van Barend en Van Dorp. Dat nu, waarde doctor, is een beetje mager en echt hoogst ongebruikelijk in de wetenschap. En naar ik hoop ook in de serieuze journalistiek. Je had natuurlijk pech dat een van de schrijvers van de VN-bijlages in levenden lijve aanwezig was, want nu werd je manier van werken pijnlijk duidelijk.

Wanneer ik via Google informatie over genoemd boek probeer te krijgen, stuit ik op een uitgebreide bespreking door het STIWOT, een stichting die zich bezighoudt met informatie over de Tweede Wereldoorlog. Daarin wordt jullie bijdrage een inzichtelijk artikel genoemd, met de expliciete kanttekening dat het “toch vooral een goede samenvatting lijkt van hét boek over sport in de oorlogsjaren, In de pas van André Swijtink”.
Ook al niet zoveel eigen onderzoek dus, als ik de recensie mag geloven.

Kopgeld
Duik ik wat verder terug in de tijd, dan stuit ik op een bespreking in het Algemeen Dagblad (15-11-2002) door Theo Gerritse van je in dat jaar verschenen boek Kopgeld: “Het werd gebracht als een grote scoop. Op het hoogtepunt van de jodenvervolging in 1943 (begin april tot eind september) opereerde er een groep mannen die op jodenjacht ging. (…) Het boek Kopgeld van televisiejournalist Ad van Liempt, dat de treurig stemmende misdaden van deze verraders uitgebreid beschrijft, kreeg dan ook ruime aandacht in de media. Auteur en uitgever wekten de indruk dat zij een terra incognita van de Tweede Wereldoorlog hebben betreden.”

Dat is allerminst het geval. De nationale geschiedschrijvers van de bezetting en de Jodenvervolging, Lou de Jong en Jacob Presser, hebben in het verleden aandacht besteed aan de Colonne-Henneicke. De prijs van ƒ7,50 had Van Liempt nota bene van De Jong, die de televisiemaker in 1989 bij de remake van de serie De Bezetting een kwitantie met dat bedrag had laten zien.

Gerard Reve
Nog iets: Cherry Duyns, de met de Nipkowschijf bekroonde documentairemaker van de VPRO, hoorde “bij toeval” dat je een film van hem over het beruchte gedicht van Gerard Reve over negers en zwarten had gebruikt in Andere Tijden, zonder bronvermelding. Duyns zegt daarover nu: “Ik was zo kwaad, als ik het niet toevallig had gezien, was het gewoon als een film van Van Liempt beschouwd. Hij heeft daarna wel zijn excuus gemaakt, maar het is zo belachelijk en onaangenaam dat je zelf moet ontdekken dat jouw werk zo maar wordt gebruikt. Ik heb daar een heel naar gevoel aan overgehouden. Waarom verwijs je nota bene als eindredacteur van Andere Tijden niet naar de makers of de oorspronkelijke bron. Net als bij Barend en Van Dorp, als zij het niet hadden opgemerkt, was het een vondst van Van Liempt.”

Ik geloof en hoop dat ik niet langer door hoef te gaan. Ik heb nog wel een vraag: bedoel je met dat citaat uit het blad Sportkroniek het citaat van ir. Ad van Emmenes? Dat citaat, beste Ad, is het eerste citaat in de VN-bijlage over Sport in de Oorlog en staat daar net zo vermeld als jij je voordracht in Westerbork begon. Zoals alle figuren, anekdotes en gebeurtenissen die je opvoert in je toespraak in Westerbork ook door VN zijn ontdekt en gebracht.

Als wetenschapper en volgens mij ook als journalist hoor je de oorspronkelijke bron te vermelden, en als je dat nalaat, is dat onterecht. Een argument dat je het al eens eerder hebt overgenomen in een eigen artikel snijdt natuurlijk geen hout. Nog minder dat daar nooit op is gereageerd. Zo lust ik er nog wel een paar.

Jatwerk
En dan moet je niet je eigen fouten verdoezelen en kwaad worden op de brenger van het slechte nieuws, Theodor Holman of op Frits en Henk. Ik was ook aanwezig in Westerbork en heb het geheel gade geslagen. Mijn echtgenoot, Frits Barend, kan ik je wel vertellen, had op het moment dat jij zijn werk stond te gebruiken, wel iets anders aan zijn hoofd. Hij moest joodse overlevenden van voetbalwedstrijden in de kampen gaan interviewen. Dat is voor dit soort oude mensen en hun familie altijd een bijzonder emotionele aangelegenheid. Daar wilde hij zich dan ook op concentreren, hij moest dat per slot van rekening meteen na jouw toespraak doen. Dat hij daar niets gezegd heeft, is natuurlijk, net als het feit dat niemand op je artikel heeft gereageerd, geen argument om de beschuldiging van jatwerk van tafel te vegen.

Ik hoop dat je je lezingen en programma`s voortaan op eigen onderzoek baseert of er althans een eigen en nieuwe draai aan geeft. Maak de wetenschap en mijn geliefde Universiteit niet te schande.

Dr. Marijke Barend-van Haeften is oud-docent en gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.

Deze brief staat ook in het Parool van 2 mei 2012.

7 Reacties :

  1. dat “vrouw van” is een beetje too much.

  2. vander F:

    @Jan,
    of juist een heel secure bronvermelding,
    al is het in dit geval een beetje dubbel-op en komt het ietwat persoonlijk rancuneus over, ook niet erg wetenschappelijk.
    Persoonlijk vind ik ‘vrouw van’ een nogal pre-feministische opmerking die tot diep in de jaren ’60 vast heel ‘natuurlijk’ geuit werd maar heden ten dage echt niet meer kan.
    Wat overigens de kritiek op van Liempt niet ondergraaft, zeker niet.

  3. In dit geval was het vooral als secure vermelding bedoeld. Opdat het niemand ontgaat dat het persoonlijke en ook uitgebreide een reden heeft, namelijk omdat het over haar echtgenoot gaat. Het was geenszins een pre-feministische poging ofzo.

  4. Marnix Koolhaas:

    Het is van tweeën één: óf Van Liempt heeft plagiaat gepleegd, en dan dienen daar duidelijke bewijzen voor te worden geleverd, óf Van Liempt gaat vrijuit, en dan passen na een zo zware en blijkbaar onterechte beschuldiging oprechte en openbare verontschuldigingen. Pas daarna kan je het, zoals in bovenstaande reactie, weer hebben over de kwaliteit en/of integriteit van de journalist Van Liempt. Nu heeft de argumentatie sterk de schijn van de redenering: “Hij was dan misschien geen NSB’er, maar fout was/is hij toch wel.” Meningen in plaats van feiten, een appeltje dat om wat voor reden dan ook blijkbaar een keer geschild moest worden.

    Dat Frits Barend in Westerbork Van Liempt om hem moverende redenen niet direct heeft aangesproken op het vermeende plagiaat, is zijn goed recht. Maar dat hij vervolgens de beschuldiging van plagiaat zonder enige navraag aan columnist Theodor Holman (die het evenmin nodig vond de “feiten” te checken) heeft doorgespeeld, is niet alleen uiterst oncollegiaal, maar vooral ook onjournalistiek. Dat uitgerekend mijn journalistieke helden Frits Barend en Henk van Dorp zich hiertoe hebben laten verleiden, ervaar ik als meer dan ontluisterend.

    Ps: binnenkort zal ik het documentaire-drieluik “Sport in de oorlog” van de VPRO-radio uit 1987, samengesteld door Kees Slager en ondergetekende, online zetten. Dan kan iedereen oordelen zoals het hoort: op basis van feiten.

  5. Even ter verdediging van Holman: de lezing van Van Liempt vertoont wel degelijk grote gelijkenissen met de VN-bijlage van Barend en Van Dorp. Dat had Holman zelf ook al geconstateerd. Het citaat “hogeschooljatwerk” is weliswaar van Van Dorp maar Holman kwam zelf tot de conclusie na vergelijking van beide werken.

    Overigens zie ik uit naar die radiodocumentaire, al was het maar om het nog eens te beluisteren.

  6. Frank van Kolfschooten:

    Wat een kwaadaardige familie is de familie Barend. Zelfs vervalsing wordt niet geschuwd om Ad van Liempt ten onrechte in een kwaad daglicht te stellen.
    “Dat citaat, beste Ad, is het eerste citaat in de VN-bijlage over Sport in de Oorlog en staat daar net zo vermeld als jij je voordracht in Westerbork begon,” schrijft mw Frits. Maar dat citaat is niet het eerste citaat in de bijlage. Mw Frits stelt dit alleen om de suggestie te kunnen wekken dat Van Liempt de VN-bijlage vanaf punt A heeft geplagieerd.
    De VN-bijlage was en is een belangrijke bijdrage aan de sportgeschiedenis, maar heeft op onderdelen ook tot verkeerde beeldvorming over sport in de oorlog geleid. In mijn boek ‘De Dordtse Magiër’ heb ik aangetoond dat Barend en Van Dorp in deze VN-bijlage ten onrechte uitspraken van Leo Horn en Bram Appel als waarheden presenteerden. In de radioprogramma’s waar Van Liempt zich op baseerde deden Horn en Appel vergelijkbare uitspraken, die ook toen onweersproken bleven.

  7. Persoonlijk denk ik dat Van Liempt niet bijzonder veel te verwijten valt, behalve dan dat hij oudere onderzoeken afstoft en populariseert. De ondergang van Presser werd Kopgeld en nu gaat het over sport in de oorlog en ging Van Liempt niet zo netjes met zijn bronnen om. Ik vraag me eerlijk gezegd af waarom Van Liempt geen andere onderwerpen heeft gekozen: de Stadhoudersbrief van Bernhard, de gebroeders Pieck en de Winterhulp, de WA, ontstaan van het NIOD, enzovoort. Het valt mij op dat als het gaat om de oorlog er verschrikkelijk veel onderwerpen nooit onderzocht zijn of verschrikkelijk summier (en ten minste één keer fout!) beschreven zijn door De Jong. Van Liempt lijkt de makkelijke weg te kiezen door op de schouders van anderen te gaan staan en vervolgens het onderwerp/onderzoek toe te eigenen. Maar kan je dat iemand verwijten?

Reacties zijn inmiddels gesloten