Zzzooom! De beste quotes uit Céline’s ‘Reis naar het einde van de nacht’


: 16-05-2012 18:00 uur

Eén van de geniaalste boeken uit de wereldliteratuur is Reis naar het einde van de nacht (Voyage au bout de la nuit, 1932) van L.F. Céline. Louis-Ferdinand Céline (1894-1961) verstond de kunst om het existentiële lijden van het bestaan an sich om te zetten naar geniale, hilarische maar pikzwarte nihilistische zinnen, aforismen en tijdloze oneliners. Dat werd hem uiteraard niet in dank afgenomen. Toen in 1949 van De Reis een herdruk werd voorbereid, schreef hij er een voorwoord bij dat zich laat lezen als een woest schotschrift tegen de hele wereld die hem sinds het verschijnen van De Reis onophoudelijk had lastig gevallen. Fascinerend genoeg was men destijds collectief nog veel moreel verontwaardigder over de publicatie van zijn De Reis dan over zijn latere extreem-antisemitische pamfletten (o.a. Bagatelles pour un massacre, 1937). Moderne schrijvers als Grunberg, Houellebecq en Bret Easton Ellis, die zich ongetwijfeld door Céline hebben laten inspireren, valt nog altijd dezelfde collectieve morele verontwaardiging ten deel. Wat dat betreft is er weinig veranderd. De mens wordt nou eenmaal niet graag geconfronteerd met (hyperbolische) waarheden die de zoete droom van hoop en vrede verstoren, de boodschapper moet dan zo snel mogelijk worden vernietigd. Hieronder een fijne verzameling citaten uit de in het Nederlands vertaalde Reis naar het einde van de nacht, die stuk voor stuk even giftig als felrealistisch zijn. Leuk om te onthouden voor bij het volgende gezellige familiefeestje…

Berusting is de voornaamste eigenschap waardoor je arme sloebers, in het leger of ergens anders, er net zo gemakkelijk toe krijgt zich te laten afslachten als door te gaan met leven. Nooit of bijna nooit vraagt de kleine man naar de oorzaak van alles wat hij te verduren heeft. Ze haten elkaar, dat is voldoende.

pp. 168

‘t Is een triestig gezicht, mensen die naar bed gaan, je ziet dan pas goed dat het ze geen zak kan schelen dat de dingen zijn zoals ze zijn, je ziet dan dat die mensen niet eens probéren te begrijpen waarom we op de wereld zijn. ‘t Interesseert ze niets. Ze slapen wel, wat er ook aan de hand is, lefgozers zijn ‘t, stommelingen met een dikke olifantshuid, of ‘t nou Amerikanen zijn of niet. Ze hebben altijd een gerust geweten.

pp. 221

‘t Beste was het de straat op te gaan, een zelfmoord in het klein.

pp. 222

Filosoferen is alleen maar een andere manier van bang zijn en leidt eigenlijk uitsluitend tot laf gehuichel.

pp. 228

Het egoïsme van de mensen met wie je te maken hebt gehad in je leven, blijkt, als je – eenmaal ouder – aan ze terugdenkt, steevast te zijn wat ‘t in feite altijd geweest is, zo hard als staal, als platina, en nog heel wat taaier dan de tijd zelf.

pp. 232

Vergeven getuigt niet van moed, je vergeeft altijd veel te veel! En ‘t helpt niets, dat is wel bewezen. Van alle mensen wordt de dienstmeid, die ondanks alles altijd weer goeiig klaarstaat, ‘t laagst aangeslagen! Dat is niet voor niets. Dat moeten we nooit uit het oog verliezen. Je zou op een avond, alle gelukkige mensen, als ze maffen, de eeuwige slaap in moeten jagen om eens en voorgoed van ze af te zijn, en van hun geluk. De volgende dag zou geen sterveling meer met één woord reppen over hun geluk en dan zou het ons vrij staan om zo ongelukkig te zijn als we wilden, samen met de goeiige “meid”.

pp. 234

Als ‘t er om gaat te vreten, begrijp ik alles wat je wilt, dan worden m’n hersens van elastiek.

pp. 243

Hoe langer je op dezelfde plek blijft hangen, des te meer zie je de dingen en de mensen in al hun naaktheid; ze rotten weg en beginnen speciaal voor jou te stinken.

pp. 304

Goed beschouwd is de dood zo’n beetje hetzelfde als een huwelijk.

pp. 364

Ons spraakmechanisme is ingewikkelder en lastiger en kost ons meer inspanning dan het produceren van ontlasting. Onze mond, een krans van opgezwollen vlees, wringt zich in allerlei bochten om te sissen, hij slurpt lucht naar binnen, en gaat als een razende tekeer, hij stoot allerlei soorten slijmerige klanken uit door het stinkende hekwerk van rotte tanden. Wat een straf! En willen ze met alle geweld dat we zoiets op het ideële vlak overbrengen. Dat is niet makkelijk. We zijn niets anders dan een pak lauwe en half verrotte darmen en daarom zullen we wel altijd moeite hebben met ons gevoel. ‘t Is niet moeilijk om verliefd te zijn, maar hou ‘t nou ‘s bij elkaar uit, dat is heel wat lastiger. Drek probeert niet voort te duren of groter te worden. Op dat punt zijn wij heel wat ongelukkiger dan stront, door die bezetenheid van ons om in de toestand te willen blijven waarin we zijn, dát is wat ons zo ongelooflijk kwelt.

pp. 373

Het leven zonder meer is een hel! Het is een klas waar de verveling de schoolfrik uithangt, hij loert de hele tijd op je, je moet, hoe dan ook, net doen alsof je met iets opwindends bezig bent, anders komt hij op je af en vreet je hersens aan. Een dag die niets anders is dan een gewone dag van 24 uur, daar word je gek van. Een dag moet in feite één langdurig, bijna onverdraaglijk genot zijn, alsof je aan één stuk door klaarkomt, of je ‘t wilt of niet.

pp. 392

Liefde is nou eenmaal ellende en niets anders dan ellende, altijd weer dezelfde ellende, die door onze mond leugens komt vertellen, dat stuk etter, meer niet. Overal vind je die klerelijer, maak ‘m vooral niet wakker, zelfs niet voor de gein. Hij kent geen gein.

pp. 402

De duivel beschikt over alle foefjes om je in verleiding te brengen. ‘t Is onmogelijk ze allemaal te kennen. Als je maar lang genoeg leefde, zou je op het laatst niet meer weten waar naar toe te gaan om een nieuw geluk op te bouwen. Overal had je dan misbaksels van geluk achtergelaten, de hele aarde zou er van stinken en je zou het er zelfs benauwd van krijgen. Van de echte misbaksels die je in de museums vindt, daar worden sommige mensen al doodziek van, alleen al als ze er naar kijken, ze staan er bij te kokhalzen. En zo is het ook met onze walgelijke pogingen om gelukkig te zijn; ‘t is zo’n grandioze mislukking dat je er, lang voordat je er voorgoed aan sterft, compleet ziek van zou worden.

pp. 421

Wat het leven in feite zo dodelijk vermoeiend maakt is misschien de geweldige inspanning die we op moeten brengen om twintig, veertig jaar en nog wel langer redelijk te blijven, om niet gewoon volkomen jezelf te zijn, dat wil zeggen abject, wreed en absurd.

pp. 460

Geloof [dus] nooit iemand meteen, als hij zegt dat hij ongelukkig is. Vraag hem alleen maar of hij slapen kan… Zo ja, dan gaat alles prima. Dan weet je genoeg.

pp. 473

Alle vertrouwen ben je onderweg kwijtgeraakt. Je hebt het medelijden dat je nog over had angstvallig opgejaagd en weggestoten tot diep in je lichaam, net als een vieze pil. Je hebt het met je stront naar het einde van je ingewanden geperst. Daar zit het goed, denk je bij jezelf.

pp. 549

Bovenstaande citaten zijn afkomstig uit de Franse Bibliotheek-uitgave, achttiende druk in 2002, van uitgeverij G.A. van Oorschot te Amsterdam. De eerste druk hiervan verscheen in 1968 en werd uit het Frans naar het Nederlands vertaald door E.Y. Kummer, die daarvoor in 1972 de Martinus Nijhoff-prijs ontving. Uw eigen exemplaar bestelt u hier.

CC Photo: Blogbreather

Over de auteur:

Bert Brussen ThePostOnline-CEO: Bert Brussen (1975, Veluwe) schrijft sinds hij het alfabet leerde. Pecunia non olet. Is gek op geld & ironie. Tevens mensenmens, zonnetje in huis, gangmaker op feestjes. Persoonlijk motto: 'Het leven een hel'.

25 Reacties :

  1. Hier word ik blij van. DeJaap die literatuur aanprijst.

    Ligt dit in de lijn van het Frans existentialisme (Sartre, Camus)? Ik verdiep me nu enigszins in de Duits/Russische literatuur dat ongeveer een halve eeuw voor Céline enkele aardige werken opgeleverd heeft. Daarna moet de Franse periode er aan gaan geloven.

    Ik hoop op meer van dit soort aanprijzingen. Dank voor deze mooie introductie in Céline.

  2. @niels: nee Celine is geen filosoof alleen een zwartgallige schrijver. Niet dat hij daardoor minder briljant is, maar Sartre en Camus hadden ook nog een filosofisch systeem dat ten grondslag lag aan hun geschiften, al was Sartre de filosoof en Camus de schrijver. Sartre heeft echt iets compleets uitgedacht dat voortborduurt op eerdere filosfen. Celine schreef gewoon wat hij voelde en op wat toneelstukken na kun je Sartre moeiljk literatuur noemen. Camus is wat dat betreft veel leesbaarder.

    Meer literatuur in deze lijn: Houllebecq en onze Nederlandse Jereoen Brouwers, al zijn het beslist geen kopieen van elkaar. Wel delen ze hetzelfde cynisme en het lijden aan het leven. Grunberg en Easton Ellis zijn er ook bedreven in, al laat het zich onmogelijk vergelijken met Celine.

    Qua filosofie is Schopenhauer aan te raden, de absolute meester in zwartgallige aforismen die een complete en complexe filosofie over het leven als lijden heeft gemaakt. ‘Het leven een hel’ van Shopenhauer is bijvoorbeeld erg leesbaar zonder specifieke filosofische voorkennis. En natuurlijk de talloze boekjes met aforismen, citaten en tekstverzamelingen van Schopenhauer die als heruitgave nog altijd bijzonder populair zijn. ‘De kunst van het verleiden’ bijvoorbeeld is een verzameling geniale vrouwenhaatquotes gebundeld in een boekje en hilarisch tot en met.

  3. middle men:

    Een man met een grote retorische vaardigheid die zijn depressie probeert te rationaliseren. En aangezien zijn fixatie op stront en stank zit er waarschijnlijk ook nog wel wat meer achter.

    De mensen die dit soort zwartgalligheid werkelijk geloven zouden niet eens de moeite nemen om het op te schrijven.

  4. Middle men, je reactie onderschrijft exact wat ik bedoel met ‘de boodschapper vernietgen’. Zonder verder ook maar een woord te weerleggen bedeel je de schrijver een depressie toe, ook al is er nergens een aanwijzing voor een depressie, en concludeer je ook maar gelijk even dat er “meer achter zit” ook al toon je niet aan waar dat dan uit moet blijken.

    Dat je überhaupt weigert je enig andere wereldopvatting dan de jouwe te accepteren blijkt wel uit je laatste zin. Als een zelfingebeelde autoriteit bepaal je dat het simpelweg niet waar kan zijn omdat als het waar is het net zou bestaan. Bewijs is dan per definitie onmogelijk, de wereldopvatting in zijn geheel niet aan te tonen. Het is als een omgekeerd soort godsbewijs: het feit dat we aan God denken is het bewijs dat Hij bestaat, als Hij niet zou bestaan zouden de gedachten er over zinloos zijn.

    Nu, wat is het toch met dwangmatig positievn dat ze niet alleen het tegenovergestelde niet gunnen maar het ook nog trachten te vernietigen, desnoods met onlogische redeneringen?

    De werkelijheid is onafhankelijk van opvattingen daarover. Het totale uitroeien van cynisme door het ridiculiseren, pschologiseren en zelfs volledig ontkennen van haar boodschappers doet niets af aan de toestand van de werkelijkheid zoals ze is.

  5. middle men:

    Deze schrijver heeft zelf voor zijn beweringen geen enkel bewijst geleverd, en dan verlang je van mij dat ik dat wel ga doen?

    Dit is typerend voor mensen die depressief en daar uiting aan geven een psycholoog die mensen met depressie behandelt kan je hier ongetwijfeld meer over vertellen. Dit soort denkbeelden zijn een aanwijzing van een depressie.

    http://www.therapiehulp.nl/klacht/depressiviteit/depressie/symptomen-depressief

    “”Depressieve stemming – Het meest voor de hand liggende symptoom, en een van de weinige die bij iedere depressie voor komt, is een continue sombere stemming. Gevoelens van pessimisme en verdriet hebben voor lange tijd de overhand.
    Zinloosheid – Depressiviteit gaat ook vaak gepaard met een gevoel van zinloosheid. Alles in het leven lijkt doelloos, niets is de moeite waard. Dit kan een grote onverschilligheid tot gevolg hebben.””

    Ik ben de zelf ingebeelde autoriteit omdat ik niet geloof dat iemand die dit daadwerkelijk geloofd de moeite neemt om zoiets op te schrijven en vervolgens poneer je zelf de stelling dat dit soort depressieve one liners de waarheid bevatten. Dat is een dubbele standaard.

  6. Psychologisering dus. De tegenstander uitschakelen door er een ziekte van te maken. Dat is inderdaad een handige manier om de waarheid naar je hand te zetten: wie het er niet mee eens is, is ziek en dus omtoerekeningsvatbaar.

    Met de jij-bak kan ik niets. De schrijver beschrijft slechts zijn gewaarwoordingen en maakt geen enkele claim. Dat betekent echter niet dat jij de schrijver klakkeloos zomaar van alles kunt aanwrijven zonder het te bewijzen.

    Ik poneer nergens dat iets de waarheid bevat. Het zou heel goed waar kunnen zijn, en wat mij betreft is dat ook zo, maar de werkelijkheid, niet te verwarren met de waarheid, bestaat daarvan onafhankelijk.

    Zoals ik al zei: je kunt iedereen met eem onwelgevallige mening blijven ridiculiseren en ze ziek noemen of ze pathologische denkbeelden aanwrijven, de werkelijheid wordt daar niet anders door. Die zou nog altijd zo kunnen zijn als jij dat niet wenst. Je bent immers geen autoriteit die per decreet kan bepalen wat waar is of niet, net zo min het mogelijk is te bepalen wat iemand wel of niet zou opschrijven als hij ergens in gelooft.

  7. middle men:

    De schrijver mag dus wel zijn gewaarwordingen (waarvan jij claimt dat ze de waarheid zijn) opschrijven maar ik mag niet opschrijven dat ik in deze gewaarwordingen een depressie herken, alweer die dubbele standaard.

    Dat jij het bekritiseert dat ik bij deze symptomen van depressie een depressie herken verandert de waarheid ook niet. Ik zie meer redenen om aan te nemen dat deze schrijver depressief dan redenen om aan te nemen dat hij het niet is.

    Ik kan wel degelijk de conclusie trekken dat mensen die bepaalde opvattingen hebben terwijl hun handelingen daar niet mee overkomen dat ze die opvattingen (onbewust) toch niet geloven.

  8. Van mij mag alles, het is alleen geen argument, hoogstens een smadelijke wijze de boodschapper te vernederen. Het zegt niets over de inhoud.

    De schrijver kan depressief zijn, ook al ontbreken de redenen daarvoor geheel, een anamnese op grond van teksten is hooguit een merkwaardige poging tot het uitoefenen van koude grond psychologie, ook dat zegt niets over de inhoud van de geschriften en de opvatting van de werkelijkheid. Slechts in het geval dat het er om zou gaan of een persoon wel of geen aandoening heeft, zou een onafhankelijk oordeel van een deskundige voldoende uitsluitsel geven. In dit geval doet het echter niet ter zake, de geuite gedachten van de schrijver zijn opzichzelf duidelijk genoeg. Zelfs als hetnhier zou gaan om pathologische afwijkingen dan nog zegt dat niets over de betekenis van de teksten. Het levert een verklaring voor een wereldbeeld, het is echter geen waardeoordeel.

    Het is een stropopredenring, hooguit, maar het is net zo zinnig om te concluderen dat de schrijver een eksteroog heeft. Het heeft verder niets met de discussie te maken.

    Wie ben jij om te bepalen dat mensen wel of niet iets geloven? Hun tekst spreekt boekdelen, er is geen aanwijzing dat ze dat niet geloven. Wie anders beweert zal met bewijzen daarvoor moeten komen en een verwijzing naar een tekst die zou moeten fungeren als verwijzing naar zichzelf (vergelijk: de bijbel is waar want het staat in de bijbel) is geen bewijs maar een drogedenatie. Een cirkelredenering bovendien.

  9. Maarten:

    Prachtig boek, iedereen raad ik het altijd aan om te lezen. Dood op Krediet deed mij beseffen dat mijn eigen jeugd niet zo vertiefd was als ik dacht… :-)

  10. middle men:

    @8 Een deel van de schrijfels zijn aantoonbare onzin(pp. 473 Een mens kan slapen en ongelukkig zijn) de rest is onfalsificeerbaar een discussie of er waarheid in zit of niet is dus een welles-nietes spelletje.

    Ik zie redenen om aan te nemen dat celine dit niet echt meende, zijn handelen komt namelijk niet overeen met zijn nihilistische wereldbeeld. Daarom lijkt het me het meest voor de hand liggend dat hij een depressie probeerde te rationaliseren.

    Celine klaagt dat mensen niet naar oorzaken zoeken, ik heb dus besloten om dat wel te doen en de meest waarschijnlijke oorzaak is een depressie.

  11. Mark van Dongen:

    En probeer van Reis naar het Einde van de Nacht de editie te lezen die van illustraties is voorzien door Tardi. Die zwartwit tekeningen zijn even vrolijk als het boek zelf…..

  12. Sorry maar mensen een ziekte toebedelen, nota bene een psychische ziekte, is ronduit kwaadaardig en mensonterend. Nog los van het feit dat alleen een gekwalificeerd arts dat op verzoek kan, is het de ultieme methode een ander monddood te maken en buitenspel te zetten.

    Het is bovendien arrogant door alles wat van het door jou gestelde “normale” afwijkt als zieke te beschouwen. Kennlijk is het enige juiste wereldbeeld het positieve en is elke afwijking daarvan abnormaal. Een arrogantie die je dikwijls bij psychiaters, of nog erger, hun demonenhulpjes de psychologen aantreft.

    Ene Corine de Ruijter heeft een dergelijke misdadige aanval al eens op Wilders uitgevoerd door hem als psychopaat te diagnosticeren. Van afstand uiteraard en slechts op grond van zijn teksten. Sterkere voorbeelden van machts- en functiemisbruik bestaan er niet. Het is dan ook niet voor niets dat de psychologiebde grootste academische vergissing ooit is, het predikaat fopwetenschap nog geeneens waardig.

    Maar kennelijk is het geloof in een ” goede” wereld zo belangrijk dat men zelfs bereid is de tegenstanders er van te vernederen en als geesteszieke weg te zetten.

    Dat zegt wel wat over de angst die men kennelijk heeft voor cynici. Bang voor de waarheid wellicht?

  13. M. Ruyters:

    Celine is een schrijver. Het leven is slecht, de mensen zijn gemeen en dan ga je ook nog dood, vat ik zijn werk zo goed samen? Maar zijn stijl is adembenemend. Psychologische quatchdiagnoses verklaren niets, Stijl is diepgang.
    Ik las zijn “reis” meer dan 30 jaar geleden maar toen ik twee weken geleden in Parijs voor het eerst het praalgraf van Napoleon bezocht, moest ik meteen denken aan die passage waarin Celine beschrijft hoe Napoleon na zijn smadelijka afgang in Rusland nog een omweg maakt via Warschau om daar zijn favoriete Poolse hoer te bezoeken ten koste van nog een paar duizend extra Franse soldaten die door uitputting en kou sterven. Uiteraard heb ik mijn kinderen in bewondering starend naar zoveel in marmer gevatte grandeur deze korte schets van het karakter van de grote keizer niet onthouden.
    Maar soms denk ik ook aan die passage waarin de hoofdpersoon van de “reis” in dat inktzwarte verhaal in de tropen een Franse soldaat ontmoet die daar wegrot om zijn kleine nichtje in Frankrijk een beter leven te bezorgen, een ongelooflijk, of moet ik zeggen onmogelijk ontroerende passage. Ik kan met name jonge mensen een aandachtige lezing van de “reis” van harte aanraden.

  14. middle men:

    Dus celine depressief noemen is kwaadaardig en mensonterend maar op de manier oordelen over de mensheid zoals hij dat doet is dat niet? Cognitieve dissociatie is hier duidelijk aanwezig.

    Jouw wereldbeeld is een weerspiegeling van je houding en iedereen die dat verband durft te leggen is misdadig.

  15. Het lijkt er op dat jullie beiden een verschil van mening hebben over wat Céline precies doet. Dat berust op het verschil tussen verklaring en beschrijving. Waar in de wetenschappen een verklarend model voldoende is, is de literatuur niet op deze manier te interpreteren. Literatuur is een beschrijving van hoe de zaken op iemand overkomen. Door Céline weg te zetten als een persoon met een depressie is zijn werk op een wetenschappelijke wijze benaderen. Dat lijkt mij in de literatuur niet de juiste manier. Dat is ook het manco van de wetenschap: het geeft antwoord op de vraag hoe dingen gebeuren, maar niet waarom.

    Dat is meer een filosofische vraag en ook die is op zowel een verklarende als beschrijvende manier te beantwoorden. Mijns inziens zijn veel schrijvers altijd bezig met filosofie en wel in de laatste zin van het woord. Pas geleden schreef Bert Keizer hier nog een aardig stuk over. Waar filosofie (met name tegenwoordige) gortdroge analytische teksten voort brengt, gaat literatuur veel verder. Het geeft interpretaties aan die filosofische inzichten, hoe die inzichten doorwerken in een samenleving. Dat maakt deze literatuur interessant een welkome toevoeging aan de filosofie. Je hoeft het er niet mee eens te zijn. Maar om iemand dan weg te zetten als depressief is vooral niet begrijpen waar iemand mee bezig is.

  16. Zucht. Middle men blijft er omheen draaien. Het is voor hem heel simpel: iedereen die de wereld beziet zoals Celine is slecht en moet kapot. Dat is dan ook telkens zijn enige argument. Kijk maar. In het laatste ” argument” van middle men is het gewoon weer een jij-bak. “ja maar Celine doet het ook!”

    Nee Celine doet het niet. Celine beschrijft een wereld zoals hij die ziet, zoals iedereen een subjectief wereldbeeld heeft. Daar is, nogmaals, niets kwaadaardigs of mensonterends aan. Iedereen heeft het recht de wereld te bezien zoals hij is, daar zit geen label van kwaadaardig of mensonterends aan. Het is dus niet vervolgens gerechtvaardigd zelf ook kwaadaardig te doen. Dat is sowieso nooit automatisch gerechtvaardigd. Probeer het eens te onderbouwen, probeer eerst eens te bewijzen wat er kwaadaardig aan is. Hoezo is jouw wereldbeeld beter? Wie bepaalt dat?

    Mijn wereldbeeld is mijn wereldbeeld. Je kunt daar elk verband bij leggen, maar er valt dus niets over te zeggen anders dan dat het mijn wereldbeeld is. Iemands wereldbeeld, visie, mening of levensopvatting ridiculiseren door het een ziekte te noemen is inderdaad misdadig ja. Dat staat gelijk aan het wegstoppen in kampen van iedereen die niet communistisch genoeg is en “heropvoeding” nodig heeft, vrouwen weigeren serieus te nemen omdat ze hysterisch zijn of kunstenaars in inrichtingen te stoppen omdat ze niet genoeg aangepast zijn. Het is totalitair.

    Ernis geen vastomlijnde waarheid om de werkelijkheid te beschrijven. De wereld bestaat bij de gratie van opvattingen, die zijn niet per definitie goed of fout. Degene die wel meente te bepalen wat goed of fout is, dat is de enige misdadiger.

  17. splinter:

    Als ik weer eens een volksvertegenwoordiger hoor kirren over je verantwoordelijkheid nemen terwijl wordt bedoeld je voegen in de kudde makke schapen, verliefde stelletjes aan elkaar zie lebberen alsof tijd en wegrotten en lijden niet bestaat, een stukje lees van van zo iemand die meet te weten dat “als je je best maar doet komt alles goed” en meer van dat soort zelfbedrog, denk ik: het zou iedereen verplicht moeten zijn een paar boeken van Céline te lezen rond z’n dertigste. Praten we daarna als je nog wat te melden hebt, verder.

  18. Lol Splinter. Om nou mensen te gaan verpchten boeken te lezen…
    Sowieso, gezienet alfabetiseringsniveau in Nederland lijkt me dat weinig kansrijk.

  19. splinter:

    Ja ik weet het, die neiging tot verplichten, om wakker te schudden, de slaperigen inclusief mezelf en het door korte momenten van illusie onderbroken leven in het algemeen te haten, is mijn achilleshiel.

  20. De meesten in nl hebben hbo of lager, Splinter. Dus dan wordt 550 pagina’s Celine wat veel vrees ik.
    Hoewel: er is ook een graphic novel versie geloof ik.

  21. Joep Smaling:

    Nice. Voor alle liefhebbers: de mooiste introductie tot Celine is BZZLLETIN nr 70 uit ’79. Een themanummer. Vooral het essay ‘Celine en het menselijk tekort’ van Aart van Zoest.

  22. ome ger:

    Celine had voeldoende zelfinzicht om zichzelf niet al te hoog in te schatten. Maar wat hij om zich heen zag stemde hem nog vele malen treuriger. De een noemt dat een depressieve staat, de ander een tamelijk realistisch zelf- en wereldbeeld.

  23. Ik heb het genoegen gesmaakt colleges te lopen bij de vertaler, Emmanuel Kummer.

    Een ‘bijzonder mensch’, waarbij je schaterend op de eerste zat!

  24. D.B. Fetmann:

    Aardige discussie, puntje voor Niels voor het vingerleggen (hoe vs waarom) en mooi om te zien dat zo’n literatuur-topic galtijd weer van die gezwollen taal in de comments oplevert. Beetje dikdoen, termen strooien, archaïsmen van stal halen en ongeneerd de makelaar uithangen (de woonkamer dewelke onmiddelijke toegang verschaft tot het aanpalend keukengebeuren en de annex gelegen eetcombinatie) – heerlijk!

    OT: de vraag óf Celine depressief was, is interessant maar geheel irrelevant. Behang. Literaire parafernalia, om zelf maar eens een moeilijk woord te gebruiken. Leuke breinbrekers voor biografen en boekenwurmen, maar het leidt tot niets. Wat je hebt is het werk van de auteur, al het overige is speculatie. En daarmee kom je gevaarlijk dichtbij Literatuurkritiek, de studie die Fetmann gedaan heeft tót hij hij de Huizinga-lezing van Karel van het Reve las: tinyurl.com/62aweew
    Tot slot en geheel terzijde, Moussorgski was depressief, continu lam en mensenschuw en stierf (zeggen ze) aan de syfillis. Wat zegt dat over de ‘meest geniale componist van de 193 eeuw’?

Reacties zijn inmiddels gesloten