I-pestimology: over waarheid, jezelf vinden en civiel egoïsme

CC-Foto: Steven Depolo

: 22-05-2012 14:00 uur

Hedendaagse populaire cultuur – en in het kielzog daarvan: politieke cultuur – is doordrenkt van wantrouwen over de aard van waarheid en kennis. Het idee heerst dat kennis gekoppeld is aan materiële belangen en dat niets daarom zomaar aangenomen moet worden. Volgens hoogleraar Liesbet van Zoonen uit zich dat niet alleen in geloof in complottheorieën, maar ook in een gestegen geloof in het ik. Anders gezegd: naast het complotidee ‘the truth is out there’ heerst ook het idee ‘the truth is in here’. Zij noemt dit I-pestimology, een samentrekking van het Engelse I en epistemology [wiki]. In een recent essay [abstract] bespreekt zij dit fenomeen, dat zich in de politiek bijvoorbeeld uit in fact-free politics en dat door sommigen ook wel doorgeslagen postmodernisme wordt genoemd.

Ikke-ikke en spiritualiteit
Het geloof van het publiek in institutionele en wetenschappelijke kennis is afgenomen. Als voorbeeld noemt Van Zoonen het verzet tegen de inenting van jonge meisjes tegen het HPV-virus of de mate waarin intelligent design serieus genomen wordt. Net als socioloog Stef Aupers (eerder hier besproken) koppelt Van Zoonen de hoge mate van wantrouwen aan moderniteit. Onder moderniteit is er sterke onzekerheid over wat waar is en wie te vertrouwen is. Waar Aupers ingaat op het vinden van een zondebok, bespreekt Van Zoonen de tendens om de waarheid in jezelf te zoeken.

Het is een cultuur van narcisme die zich bijvoorbeeld uit in de groei van therapie (jezelf vinden), spiritualiteit (jezelf verbeteren) en persoonlijke media (jezelf uitdrukken). In de politiek krijgt dit vorm in een cultuur van personalisering: de persoon wordt steeds belangrijker en in de campagne wordt zijn hele persoonlijke geschiedenis ingezet. Andere voorbeelden zijn de rechtse politiek van civiel egoïsme (‘ikke ikke ikke en de rest kan stikken’) of het feministische adagium dat het persoonlijke politiek is.

Uitdagingen
Van Zoonen concludeert dat I-pestimology niet nieuw is, maar dat er nu veel meer platforms zijn waarop I-pestimology tot uiting komt. Het internet speelt daar – uiteraard – een belangrijke rol in. Dit biedt twee uitdagingen voor onze samenleving. Allereerst moeten kennisinstituties nu veel harder hun best doen om hun kennis erkend te zien. De tweede uitdaging ligt in de pluraliteit van stemmen: als iedereen op basis van persoonlijke ervaring waarheid claimt, hoe moeten we die stemmen dan wegen?

In haar essay schetst Van Zoonen een algemeen fenomeen dat op allerlei terreinen invloed heeft en ze laat zo zien hoe populaire cultuur en politieke cultuur met elkaar verweven zijn. De recente ophef rond opvattingen van de hoofdredacteur van het NOS Journaal over wetenschap zijn een voorbeeld van I-pestimology, net zoals de nadruk op het ik en authenticiteit in reality-TV dat is.

Dit stuk verscheen eerder op Diep Onderzoek, waar Linda Duits dagelijks blogt over populaire cultuur.

CC-Foto: Steven Depolo

Over de auteur:

Linda Duits (1976, Zeist) is handelaar in kennis over populaire cultuur, in het bijzonder op het gebied van gender, seksualiteit en jongeren. Ooit was ze UvA-wetenschapper en mede-oprichter van DeJaap. Nu is ze veelgevraagd expert in de media, auteur van het Nederlandse standaardwerk over meisjescultuur en freelance indoctrinator in het hoger onderwijs. Ze houdt van alles dat niet vanzelfsprekend is, maar vooral van bier.

3 Reacties :

  1. splinter:

    Mooi inzichtgevend stuk!
    Trek je de lijn van “weging van stemmen” nog wat verder door, stuit je op de naar het lijkt steeds groter worden kloof tussen de persoonlijke ervaringen van kiezers en het stemgedrag dat daarbij hoort, versus het noodzakelijke draagvlak en de legitimiteit van overheidsbeslissingen die steeds meer moeten zijn gebaseerd op afwegingen die een rol spelen in de realiteit van een globaliserende (financiële) wereld en mondiale economie, willen we als samenleving in concurrentie het hoofd boven water houden.

    Ooit was er een tijd dat grote delen van de kiezers door gebrek aan opleiding niet in staat werden geacht een weloverwogen keuze te maken als er moest worden gestemd, zodat dat was voorbehouden aan een wel goed opgeleide of ten minste in bovenlagen van de samenleving meedraaiende elite omdat die wel werd geacht de verschillende relevante feiten en omstandigheden te overzien.

    Het zal toch niet zo zijn dat door een steeds verder om zich heen grijpende i-pestimologie waarin voornamelijk de eigen persoonlijke ervaring richting geeft aan keuzen die worden gemaakt -nu niet op basis van gebrek aan (beschikbare) kennis maar op basis van de keuze voor het “ik”, de kwaliteit van het overheidsbeleid (dat immers wordt gestuurd door het stemgedrag van kiezers) achteruit gaat?

    Hebben we voor je ‘t weet weer elites nodig…

  2. Hele Noten:

    Is het zelfde thema als van Harry Frankfurts essay ‘On Bullshit’ (2005) – over de vervlakking van democratische samenlevingen – iedereen mag overal over meepraten en instituten verliezen hun ordenende status in het debat – ofwel een enorme toename van gelul.

    Vind Frankfurt geestiger qua betoog dan het bovenstaande – dit is me iets te serieus met die naar purple pants neigende termen.

  3. KMN:

    ”This article introduces the notion of I-pistemology to capture a contemporary cultural process in which people from all walks of life have come to suspect the knowledge coming from official institutions and experts.”

    Tsja, wanneer instituties en experts de mensen voorhouden dat de Euro stabiliteit brengt, het redden van de banken absoluut noodzakelijk was (ahum, zie IJsland), eveneens het weggooien van kapitalen om een non-issue als uitstoot van CO2, terwijl mensen met eigen ogen kunnen zien dat het allemaal kolder is, ontstaat steeds meer argwaan natuurlijk. En als je kijkt hoe corrupt, imbeciel en geschift Westerse overheden zich gedragen is het niet verwonderlijk dat deze argwaan bij sommigen omslaat in paranoia.

    Evengoed denk ik dat zelfs de paranoias onder ons dichter op de waarheid zitten dan Eurcraten die na een onderzoek van vijf jaar concluderen dat water niet hydrateert.

Reacties zijn inmiddels gesloten