Column

Het feest der democratie loopt ten einde: waar blijft de verlicht despoot?

04-04-2012 14:00

Waarom ik niet geloof in de democratie. Die vraag stellen mensen mij. Niet direct aan mij maar verhuld, via een omweg, verpakt in een opinie. “Populisme wil de democratie kapot maken!”, schrijven ze dan. Of: “Voor de populist kan de kloof tussen burger en overheid niet groot genoeg zijn!”. U zult begrijpen dat ik in dit verhaal de populist ben. Dat vind ik zelf niet perse maar de mensen die bovengenoemde opinies schrijven vinden dat wel. Die vinden sowieso al snel dat iedereen met een andere mening een populist is. Zelf hebben ze uiteraard de volledige waarheid in pacht, weten ze wat fatsoenlijk is en houden ze van gesubsidieerde cultuur. Dat terzijde. Ik geloof dus nog steeds niet in de democratie.

Aan het huidige democratische stelsel is maar weinig democratisch. Het komt er in het kort op neer dat de grootste aantallen eens per vier jaar mogen bepalen wie de meeste macht in het parlement krijgt om daar niet te doen wat ze hebben beloofd. De ministers, de staatssecretarissen, de premier, de rechters, de politiecommissaris, de wethouders, de burgemeesters, de voorzitter van de raad van state, de staatsraden, de bazen van de publieke omroepen, de baas van het COA, de CEO’s van bedrijven waarin de overheid een meerderheidsbelang heeft, de topambtenaren, gevangenisdirecteuren, woningbouwcoöperatiedirecteuren, Eerste Kamer-leden, VN-afgezanten, ontwikkelingshulpbaasjes, ze worden allemaal benoemd. Niet gekozen. Ze worden wel betaald met overheidsgeld, of deels betaald met overheidsgeld. Maar u mag ze niet kiezen.

Aleid Wolfsen
Veel erger is nog het feit dat sommige van deze benoemde en door deelnemers van de democratie betaalde overheidsdienaren voor het leven worden benoemd. Rechters bijvoorbeeld. En als ze niet voor het leven worden benoemd, mogen ze bij hun afscheid rekenen op wachtgeld. En als het even kan een leuk afscheidsfeestje. De belastingbetaler betaalt.

Met geen mogelijkheid kan ik dat democratisch vinden. Ik vind het eigenlijk meer op een soort van cryptodespotisme lijken. Omdat de burger mag stemmen zal de burger wel het gevoel hebben dat het om democratische processen gaat en wie dat niet vindt wordt geacht zijn mond dicht te houden met de eeuwige dooddoener: “Wie niet stemt mag ook niet zeiken”.
Terwijl het tegenovergestelde natuurlijk waar is: wie wél stemt mag niet zeiken. Wie stemt heeft zijn mening, en zijn democratisch mandaat, uit handen gegeven en stemt er mee in dat onder zijn naam mensen worden benoemd. Wie niet stemt daarentegen heeft helemaal niemand toestemming gegeven wethouders en burgemeesters een stad kapot te laten maken (of via een artikel 12-politiewet te laten weigeren asielzoekers uit te zetten) en heeft dus alle recht om te zeiken. Zo zou bovengenoemde dooddoener dus van kracht kunnen zijn op alle inwoners van Utrecht die op een PvdA-gemeenteraadslid hebben gestemd maar nu niet tevreden zijn met Aleid Wolfsen (PvdA). Dat krijg je er van als je, in dit geval, PvdA’ers een mandaat geeft om mede burgemeesters te benoemen. Democratie betekent meebeslissen, en niet “de meeste stemmen eenmalig laten gelden en de rest zelf beslissen”. Wie toch meedoet met het huidige democratische model en stemt beslist vanaf het moment dat het hokje rood wordt gekleurd niet langer meer mee.

Europese grondwet
Nou zou dat allemaal niet zo erg zijn, als degenen die door de gekozen vertegenwoordigers worden benoemd hun werk gewoon goed doen. Maar dat is niet zo. Elke gemeente heeft tenminste één wethouder waar iedereen vanaf wil. Er zijn maar weinig burgemeesters in Nederland waar het volk van staat te juichen. De premier is net altijd de verkeerde (bijvoorbeeld omdat de goede werd doodgeschoten) en de rechter die de moordenaar van die premier moet veroordelen, geeft een te lage straf. Daar tegen ingaan helpt niets. Hoe meer het volk daar, op democratische wijze, tegenin gaat hoe erger het wordt. Wie ooit in een juridisch conflict met de gemeente terecht is gekomen weet hoe verschrikkelijk zo’n gemeente tekeer kan gaan. Inwoners van gemeentes zijn soms letterlijk kapot gemaakt door wethouders. Klagen over rechters mag al helemaal niet. Wie dat doet wordt automatisch beschuldigd van Nazistische sympathieën en is er op uit de huidige democratie terug te voeren naar de middeleeuwen. Wat raar is: je zou toch mogen verwachten dat juist als een rechter voor het leven wordt benoemd, de burger binnen de democratie veel ruimte heeft om daar kritiek op te leveren. Meestal komt dat neer op een schouwspel dat sterk lijkt op de middeleeuwse praktijk van een horige die bij zijn landheer komt klagen en vanachter dikke witte muren niets anders dan hoongelach te horen krijgt.

Dat zijn dan nog bestuurders die zijn benoemd. Ook de verkozen vertegenwoordigers hebben doorgaans weinig meer op met de democratie als ze eenmaal zijn verkozen. Neem het referendum over de Europese grondwet als voorbeeld: het “nee” van de burger, die de handjes sowieso al dicht mocht knijpen met zomaar een referendum, werd opgevat als een oorlogsverklaring. Sommige verkozen volksvertegenwoordigers lieten zelfs beelden zien van goederenwagons die naar het oosten reden alsof ze wilden zeggen: “Kijk dit komt er nu van als je burgers zomaar democratische vrijheden geeft!”.
En vervolgens werd een nieuw soort van Europese grondwet, met enige aanpassingen, alsnog in elkaar gedraaid. So much voor de stem des volks. Een ander goed voorbeeld is uiteraard het huidige niveau van besturen in onze hoofdstad Amsterdam. Zowel de gemeenteraadsleden die zijn gekozen als de wethouders die zijn benoemd gaan zich al jaren te buiten aan destructieve lusten en verregaande burgerhaat. Het feit dat Amsterdam momenteel een VVD-wethouder heeft die in 2010 voor het eerst een metrotunnel zes weken lang liet sluiten zonder dat er iets gebeurde, dat in 2011 weer flikte en in 2013 opnieuw die tunnel laat sluiten, terwijl er elke keer voor miljoenen euro’s aan kosten en schade moet worden betaald, zonder dat er ook maar het minste kritische geluid tegen deze wethouder klinkt, moet toch wel boekdelen spreken. Om nog maar te zwijgen over de Noord-Zuidlijn, de gesloten musea, het Amsterdamse openbaar vervoer, de stadsdelen, het MuzyQ-gebouw, de taximarkt, de 600(!) veelplegers en de standaard fraude bij zowat elk onderdeel dat onder curatele staat van de gemeente (van parkeerbeheer tot GVB). Wie denkt dat dit een typisch Amsterdams probleem is, komt bedrogen uit. In alle grote steden wordt op dergelijke schaal gefaald. In kleine gemeentes is het nog erger. In Limburg bijvoorbeeld komt corruptie voor bij CDA’ers op een schaal die nog het meest doet denken aan Palermo, alleen is het regionaal dus horen we er weinig van. En over burgemeesters als Wilma Verver of D66’ers in Wassenaar kunnen we maar beter zwijgen.

Raad van State
Ziedaar de huidige democratie in pretpark Nederland. Het niveau van inspraak is nul. Inspraak heeft ook nul nut, wethouders, burgemeesters, stadsdeelraadvoorzitters, wat ze ook uithalen, hoe corrupt ze ook zijn, ze blijven gewoon zitten (in het Amsterdamse stadsdeel Oost komen ze, nadat ze terecht zijn weggestuurd, zelfs terug!). Wie toch door wil zetten kan terecht bij de rechter (benoemd), de nationale ombudsman (benoemd) of de Raad van State (benoemd). Die laatste fungeren overigens als rode kers op de lauwe appelmoes van de democratie: ze zijn namelijk allemaal partijafhankelijk (meestal CDA) dus enige onafhankelijkheid is ver te zoeken. Probeer als burger maar eens aan een staatsraad van het CDA uit te leggen dat je wordt dwarsgezeten door een CDA-wethouder. Succes!

Vandaar: ik geloof niet meer in de democratie. De Nederlandse democratie is een farce (de Dikke van Dale over “farce”: ‘zie ook: D66’) en wordt bediend door jokers, marionetten en keukenverkopers in gesneden Italiaans pak. Ik voorzie dan ook een spoedig einde aan ons huidige democratische stelsel. Geef de raderen nog tien, hooguit twintig jaar om vast te lopen en het is voorgoed gedaan. De Europese economische crisis werkt als zand tussen de raderen, kijk maar in Griekenland of Spanje, en het opkomende populisme (vergeleken met de populisten in Hongarije is Wilders een bedrijfspoedeltje) is onstuitbaar. Als we geluk hebben komen we uiteindelijk terecht in een situatie van verlicht despotisme. Daar zijn de meeste burgers wel voor te porren: iedereen veilig, een huis, een Opel en geen gelul meer met een teveel aan bureaucratie. Als we geluk hebben dus. Als we pech hebben pakt het allemaal veel erger uit en kunnen we rekenen op een dictatuur. Wie denkt dat alleen in Griekenland, Suriname of Turkije de sergeants en kolonels de macht willen overnemen is al lang geleden is slaap gesukkeld en droomt zoet van een democratie die nooit heeft bestaan.